Volgens de Nationaal Fonds Geestelijke Volksgezondheid (NFGV) is depressie de meest voorkomende psychische ziekte. De WHO heeft voorspeld dat het in 2020 volksziekte nummer één zal zijn. Internaliserend probleemgedrag komt ook bij allochtone jongeren voor. In “Gemiste kansen. Culturele diversiteit en jeugdzorg” schrijft hoogleraar cross/culturele pedagogiek Vollebergh (2002):
“De eerste indicaties dat het met het welbevinden van allochtone jongeren slecht gesteld zou kunnen zijn, waren afkomstig uit het scholierenonderzoek, dat al in 1994 liet zien dat allochtone jongeren een veel lagere mate van welbevinden rapporteerden. Onderzoek naar psychische stoornissen bevestigde dat. De eerste grootschalige vergelijkende studie naar psychische stoornissen bij Turkse en Nederlandse kinderen, uitgevoerd door kinderpsychiatrie van de EUR, liet zien dat Turkse kinderen vooral hoger scoorden op internaliserend probleemgedrag en ook, maar minder, op externaliserende problemen, waar men de verschillen vooral verwacht zou hebben. Recent grootschalig scholierensurvey, uitgevoerd door het Trimbos-instituut, laat bij allochtone jongeren hogere scores zien op verschillende probleemdomeinen, met de sterkste verschillen bij de angstig-depressieve symptomatologie.”
Ergens heb ik eens gelezen dat bij Turkse jongeren vooral de internaliserende stoornissen de boventoon voeren, terwijl bij Marokkaanse jongeren vooral de externaliserende stoornissen prevaleren. Waarom?
Er zijn diversen factoren die de kans op een depressie vergroten of verkleinen. De factoren die bij allochtone jongeren een rol spelen in het ontstaan van een depressie zullen in grote lijnen vergelijkbaar zijn met de invloed die deze factoren hebben op autochtone jongeren. Er zijn echter wel een paar additionele factoren die uitsluitend van toepassing zijn op allochtone jongeren. Het gaat te ver om deze nu allemaal te behandelen, maar laten we er eens één uitpakken. We kunnen zeggen dat een traumatische, stressvolle levensgebeurtenis (life event) een risicofactor voor depressie is. De rechtstreekse relatie tussen een levensgebeurtenis en een depressie blijft echter zwak (vaak zorgen ze alleen of in combinatie met andere factoren voor een verhoogde kwetsbaarheid), maar laten we voor het gemak er even van uitgaan dat de stress van de migratie & integratie niet bevorderlijk is voor de geestelijke gezondheid.
Op zich allemaal heel erg aannemelijk te maken, maar nog altijd is bovengenoemde vraag daarmee niet beantwoord. Beide, zowel Marokkaanse als Turkse jongeren, ervaren mogelijk de invloed van de migratie en integratie. Beide zitten mogelijk in een acculturatieproces, beide komen uit een zogenaamde wij-cultuur en ook de sociaal-economische status verschilt volgens mij niet noemenswaardig van elkaar. Een verklaring die ik hier zelf voor zou kunnen bedenken is dat Turken meer gericht blijven op hun land van herkomst. Turken remigreren vaker dan Marokkanen, om – na in Nederland een startkapitaal opgebouwd te hebben – in Turkije hun droom te verwezenlijken: een groot huis, een eigen bedrijf, et cetera. Turkse jongeren worden soms geacht een (financiële) bijdrage aan deze droom te leveren. Turkse jongeren stoppen dan ook relatief gezien iets vaker voortijdig met hun opleiding dan Marokkaanse of autochtone jongeren, om zodoende te kunnen gaan werken en mee te kunnen helpen met het realiseren van de droom van vader en moeder (Van der Werf, 2002). Wellicht dat mede door dit streven de betrokkenheid van Turkse ouders bij het reilen en zeilen rondom hun kinderen groter is dan bij Marokkaanse kinderen, waar de Marokkaanse ouders meer gericht zijn op een permanent verblijf in Nederland en op het opvoedend handelen en de opvoedverantwoordelijkheid van de omgeving buiten het gezin vertrouwen.
Schaamte is binnen een wij-cultuur een belangrijk controlerend en sturend aspect. Schaamte speelt bij Marokkaanse en Turkse jongeren alleen een rol als ouders of familie op de hoogte zijn van hun gedrag. Aangezien de omgeving minder opvoedend is dan door Marokkaanse ouders verwacht wordt, weten ouders of familie misschien ook vaak niet op welke manier hun Marokkaanse kinderen zich in de maatschappij gedragen. Schaamte mist dan zijn invloed. Wat niet weet wat niet deert. Bij Turkse jongeren is er wellicht een grotere betrokkenheid van ouders, waar door schaamte en schande eerder en sterker invloed uitoefenen op het gedrag van deze jongeren. Wellicht dat hierdoor ook eerder internaliserende stoornissen optreden bij Turkse jongeren. Turkse jongeren krijgen immers niet of minder de kans om hun onvrede of welbevinden externaliserend te uiten, maar hebben evengoed met dezelfde problemen cq. uitdagingen te maken als Marokkaanse jongeren.