Familiedrama’s. Incidenten waarbij kinderen, door beide of één van beide ouders, tot dodelijk slachtoffer gemaakt worden.
“Vijf doden door familiedrama in België” staat er te lezen op Nu.nl op woensdag 1 februari 2006. “Ouders aangehouden na overlijden peuter” net daar onder. Een kleine zoektocht op Internet doet ons vermoeden dat het tegenwoordig een echte “rage” is om, als je het niet meer helemaal ziet zitten, gelijk maar je hele familie “uit te schakelen”. Jammer dat het nieuwe Groene Boekje onlangs al uitgebracht is, want de woorden “familiedrama” en “gezinsdrama” hebben zich zo langzamerhand voldoende gekwalificeerd om aan deze enorme lijst van Nederlandse woorden toegevoegd te worden.
We spreken over een “rage” omdat de berichtgeving ons dit doet geloven. Een artikel op Wikipedia geeft een beknopt overzicht van de recente familiedrama’s in Nederland. Het NOS geeft een completer beeld met 33 familiedrama’s; de eerste uit 1988. Na een kleine optelsom kunnen we de perioden 1996-1999 en 2003-2004, met gemiddeld 3 familiedrama’s per jaar, onderscheiden van de rest. Het jaar 2005 was een absoluut “topjaar” met in totaal 6 familiedrama’s. Opvallend zijn ook de 4 familiedrama’s in 1997 die zich allen binnen 5 weken voltrokken. In de andere jaren is een dergelijk detail niet zo duidelijk te onderscheiden.
Er word wel eens geopperd dat de berichtgeving over familiedrama’s een zekere invloed op het ontstaan van nieuwe familiedrama’s heeft. Een zogenaamd causaal verband. De spreekwoordelijke “duwtje in de rug” wellicht?. De vraag is of we over een dergelijk verband kunnen spreken. Brengt de (toenemende) berichtgeving ouders inderdaad op een idee? Kunnen we wel spreken van een toenemende berichtgeving? Is er inderdaad sprake van een verhoogde interesse voor dergelijke incidenten? Zo ja, is deze verhoogde interesse terecht? Is en wordt het inderdaad een steeds groter wordend maatschappelijk probleem? Kunnen we überhaupt wel spreken van een toename in het aantal en de ernst van familiedrama’s in de afgelopen jaren?
Zo nee, is de kwaliteit van de jeugdzorg dan zo achteruitgegaan dat er tegenwoordig vaker te laat en/of te weinig ingegrepen word t.o.v. vroeger? De berichtgeving bij dergelijke incidenten doelt hier wel regelmatig op. Jan Gerrits & Frans Derks (2005) schrijven in het boek “Kind in crisis”, weliswaar ten aanzien van de berichtgeving bij recidiverende TBS-gestelde, maar naar mijn mening even toepasselijk op de berichtgeving bij familiedrama’s, hierover:
“De teneur in de berichtgeving rond ernstige delicten is duidelijk: er is per definitie gefaald, er had eerder en adequater (en vooral strenger) opgetreden moeten worden, het delict had absoluut niet mogen gebeuren. In de wens tot bescherming tegen dergelijke schokkende zaken moet het aanwijsbare of vermeende falen nu alsnog worden aangepakt. Het gevoel van veiligheid moet worden hersteld.”
Zijn wet- en regelgeving in de laatste jaren dusdanig veranderd dat eerder of adequater ingrijpen gewoonweg niet mogelijk (meer) is? In het boek “Kind in crisis” noemt Bartels (2005) drie jeugdbeschermingsmaatregelen: de ondertoezichtstelling, de ontheffing van en de ontzetting uit het ouderlijke gezag. In de praktijk komen ontzettingen, vanwege hun défamerende werking, echter niet meer voor. Bartels schrijft hierover:
“Misbruik van ouderlijk gezag zoals het verkopen van een dochter door uithuwelijking tegen haar wil in ruil voor betaling om aan een verblijfsvergunning te komen voor een illegaal hier verblijvende persoon, of een kind aanbieden voor prostitutie, of voor het vervaardigen van kinderpornografie, het aanzetten van een kind tot prostitutie of diefstal, kindermishandeling, incest of grove verwaarlozing zoals het onverzorgd achterlaten van een kleuter om vakantie te houden in het buitenland voor een half jaar, het uit het raam van een bovenhuis gooien van een baby, het scalperen van een kind, het vergiftigen van een kind of het overgieten van een kind met kokend frituurvet, omdat het bezeten zou zijn door een boze geest, niets van dat alles is nog aanleiding een ontzetting te vorderen. De Raad verzoekt een ondertoezichtstelling. De ontzetting is dus exit.”
Is het ouderlijke gezag onbetwistbaar? Of is het (wederom) een centenkwestie? Zoals dat bijvoorbeeld ook het geval was toen in 2003 de Raad voor de Kinderbescherming besloot te stoppen met het toetsen van de beslissingen van Bureaus Jeugdzorg over het terugplaatsen van uit huis geplaatste kinderen (Bartels, 2005). Inmiddels gebeurt dit gelukkig wel weer. Dat de jeugdbescherming echter nog altijd krap bij kas zit (en blijft zitten) blijkt wel weer uit de mededeling “Opvoedtelefoon wordt opgeheven” in een nieuwsbrief van Bureau Jeugdzorg Limburg (december 2005):
“…Sinds de invoering van de Wet op de jeugdzorg wordt opvoedingsondersteuning gezien als een taak van de gemeenten. De Bureaus Jeugdzorg ontvangen daarom geen geld meer om de Opvoedtelefoon te financieren. Onze inspanningen om bij gemeentelijke voorzieningen en het Ministerie van VWS garanties te krijgen voor het voortbestaan van de Landelijke Opvoedtelefoon, zijn niet vruchtbaar gebleken. Hiermee komt jammer genoeg een einde aan een voorziening waar ouders zéér tevreden over waren.”
Terug naar het onderwerp familiedrama’s. Naast de hierboven genoemde vragen zijn er natuurlijk nog veel meer vragen te bedenken. Vragen zonder antwoorden, althans voor mij, op dit moment. Antwoorden op deze en andere vragen zullen meer inzicht in de problematiek geven, mogelijk (gedeeltelijk) verklaren waarom dergelijke drama´s zich voltrekken, duidelijkheid verschaffen in de achterliggende beweegredenen en de gebeurtenissen vooraf. Antwoorden (op deze en andere vragen) die uiteraard ook preventiebevorderend zouden kunnen werken en die het zogenaamde “jeugdbeschermingdilemma” – de (on)mogelijkheden van de jeugdzorg om in te grijpen – verder in kaart brengen (Zie ook het boek “Wanneer de toverformule: criteria voor overheidsinterventie in het belang van het kind”, hoofdstuk “Te vroeg, te laat, te veel, te weinig” over dit dilemma).
Mijn (naar ik hoop) toekomstige werkveld houd zich bezig met deze problematiek (jeugdzorg, kinderbescherming). Vandaar dat ik op zoek ben gegaan naar antwoorden op deze en andere vragen. Voor anderen die eveneens geïnteresseerd zijn in deze problematiek, schrijf ik over de antwoorden die ik tegenkom. Alle informatie die aan het beantwoorden van deze en andere vragen kan bijdragen is welkom.
De derde week in november 2004 stond in het teken van “Geheim geweld”. Het programma Andere tijden besteedden in deze week aandacht aan kindermishandeling. Een uitzending van Zembla (Windows Media of RealPlayer) op 18 november 2004 behandelde “een lijst van vermoorde kinderen”.
Op deze website kun je lezen over de gezinsdrama’s in België. In de Netwerk uitzending van 1 februari 2006 wordt gesproken over een verplichte autopsie bij het plotselinge overlijden van een kind.
Op deze persoonlijke weblog een verzameling (voornamelijk kritische) krantenberichten en artikelen over (het functioneren van) de jeugdzorg en kinderbescherming in Nederland. Op deze website meer kritische noten over de jeugdzorg en de kinderbescherming (Opmerking: de relevantie en betrouwbaarheid van de informatie op deze website is vooralsnog onduidelijk en moeilijk te controleren).
Wordt vervolgd…